De broodzakker.

Hoe vroegere zuinigheid de eigenlijk echte voorbode van ons ecologisch denkpatroon is of zou kunnen zijn of zou moeten zijn. De meeste hipster dingen komen van vroeger. Behalve het vroeg opstaan, dat zit er nog niet bij, geloof ik.
Dingen die ik bewaarde op zolder en uiteindelijk via niet verkochte goederen op de rommelmarkt in het containerpark belandden, zijn nu zaken waar je goed je brood mee kan verdienen. Iedereen wil dingen terug van vroeger omdat ze garant staan voor kwaliteit, of gewoon omdat het zeldzaam is, of omdat iemand ze hip heeft gemaakt. Zelf ben ik niet zo op zoek naar vintage meubilair, harde oranje stoelen en schurende vilten zetels. Doch kan ik me wel vinden in enkele gebruiken die eerder uit financiële noodzaak werden gehanteerd, zoals de herbruikbare broodzak. Op zich is dat geen specialer type dan de zak die we allemaal kennen, alleen wordt die opnieuw ingezet na gebruik.
Ik denk er vaak aan, als ik bij de bakker kom en een gesneden brood bestel.

Op zondagochtend moest ik als kind regelmatig versterking leveren in de kruidenierswinkel met koude bakker van mijn ouders.
Net voor het ochtendprogramma van Samson en Gert was het druk. Heel het dorp wou brood en koeken, één van de weinige tradities die wij hebben op zondag. Met halfopen ogen moest ik; vriendelijk groeten, het juiste brood nemen, in de snijmachine duwen en leveren in een zak. Diezelfde zak werd door de oudere generatie aangeboden om te hergebruiken. Met gebogen rug haalden ze de broodzak uit hun draagtas. Hipsters avant la lettre waren het. De enige reactie, die toen mocht uitgesproken worden, was dat het gierige pinnen waren, omdat ze die 2cent voor de zak niet wilden betalen. Altijd netjes opgevouwen, bijna platgestreken werd het bij de bestelling meegegeven. Het voelde zo lekker gebruikt. Zoals papier, dat beschreven veel leuker aanvoelt dan een vers blad. Het had een zachtheid die we nu niet meer kennen.

Mijn herbruikbare winkeltas staat klaar om te winkelen. De broodzak netjes opgevouwen, stapelt zich op de andere netjes opgevouwen broodzak en wacht thuis tot de nieuwe broodzak de stapel komt vervoegen. De gewoonte zit nog niet in mijn vingers. En al helemaal niet in mijn hoofd die deze gewoonte moet helpen onthouden. Ik wou dat dit sneller hip werd, dan zou mijn inspanning niet vervallen in een rare gewoonte. Dan kan ik eindelijk wat mee zijn met de tijd. Hoe trots zou mijn oma zaliger nu niet zijn.

IMG_1727

Magnetische danssensatie

Dansmuziek is afkomstig uit de moderne geneeskunde. Bedacht ik me tijdens een kort verblijf onder een magnetische scanner, NMR of MRI genaamd. Mijn knie had op een enthousiast actief moment tijdens de lancering van mijn zeer korte danscarrière beslist in elkaar te zakken, waardoor in een soort sneeuwbaleffect mijn elleboog uit de kom werd gekatapulteerd. Dat laatste herstelt. In een knie kijken vraagt wat meer expertise. Als jongen wou ik al zo’n bril waarmee je door de kleren van de meisjes kon kijken. Niet te krijgen in de handel.

‘Een kleine 15min niet bewegen’ zei de verpleger. Bewegen zou er kunnen voor zorgen dat ik gestraft werd en opnieuw moest beginnen, maakte ik mezelf wijs. Probeer met die gedachte maar eens stil te liggen. Het draagvlak waar ik op lag, schoof in een witte koker, zoals je wel eens in één of andere sciencefiction film hebt gezien waar ze onderzoek doen op buitenaards leven. Waar dat wezen dan in uiteenspat. Lig stil en negeer het, hoorde ik mezelf denken.
Een koptelefoon kreeg ik ook, weliswaar zonder muziek.

Toen kwam het. Ik waande me backstage op Tomorrowland. Het kon in principe overal zijn, op een toilet in een danscafé of gewoon net buiten het feestgedruis. Dat moment dat je onrechtstreeks verbonden bent met een muziekinstallatie waar gedanst wordt op techno of house. Muziek gebrouwen door elektronische apparatuur. Datzelfde gedreun.

Doffe bassen en vreemde frequenties golfden ritmisch door de ruimte. Eerst traag voor de openingsdans, daarna sneller als de sfeer er in kwam. Ik voelde mijn lichaam dat dans idee wel aannemen. Een pintje pakken aan de bar. De toon was gezet, ik miste enkel nog wat melodie. ‘Niet bewegen’ galmde plots door mijn hersenpan. Het was dan ook nog zeer vroeg in de ochtend. Bij het openen van de ogen werd ik onmiddellijk terug geconfronteerd met de locatie waar ik mij bevond. Een steriele witte ziekenhuiskamer.

Het eerste levend weefsel zou gescand zijn in de jaren ‘70. Het is goed mogelijk dat Derrick May een hersenscan heeft gehad voor hij in de jaren ‘80 zijn eerste technoplaat uitbracht.