Op een gezondheid!

‘Doe mij maar een watertje’
Een vriend valt van zijn terrasstoel. ‘Niets beters?’
‘Met bubbels, het mag al een keer wat specialer zijn.’

Een aantal flessen rosé en gekoelde pintjes heb ik aan mij laten voorbijgaan. De zonnige temperaturen zorgen voor grootverbruik in alcoholische dranken en gezouten nootjes. Mijn omgeving smeekt om dranken geschonken in glazen met voetjes of ribbeltjes. Ik heb niet mee gedaan. Zonder grote reden. Mijn excuses daarvoor. Zo lijkt het wel te moeten gaan. Ik moet mij excuseren om geen alcohol te drinken. Ik koos zelf voor even niet. Niet omwille van een rage, een hype, om de groep te volgen. Gewoon even niet. Gezondheid is nochtans hip en aanvaardbaar. Behalve als het over alcohol gaat, dan telt het niet mee. Zolang we groentjes in onze aperitief doen, zijn we goed bezig.

Als ik met een knipoog zeg dat het moet van de dokter, dan is het aanvaardbaar. Ziektes blijven even hip en zijn nog hipper als we een soort compassie kunnen hebben met onze medemens. We halen met plezier een glaasje water om de goede daad van de dag te compenseren.

Ik geef toe dat ik me er vaak aan heb gezondigd, zonder nadenken iemand wijzen op het absurde idee niet te willen drinken. Het absurde is vooral dat we dit absurd vinden. Wij doen tenslotte wat we zelf willen, wat de groep of de leider ook voorschrijft.

Of ik mij nu gezonder voel, zou ik niet direct durven zeggen. Een maand gaat het verschil niet maken. Ik heb minder hoofdpijn in de morgenstond, minder het idee dat ik iets fout zou hebben gezegd. Nu weet ik tenminste met zekerheid dat ik er geen alcohol voor nodig heb.

Die zelf voorgeschreven maand is nu ruim voorbij en ik twijfel. Ik ben bang om dat pilsje te drinken. Ik ben bang omdat ik het lekker vind en dat de temperaturen vragen voldoende te drinken. Ik vrees dat deze maand snel banaal wordt, als iets wat nooit is gebeurd. Ik stel het einde nog even uit. Ik hoop dat ik met mijn watertje bij jullie op het terras mag komen zitten. Bij mij zijn jullie alvast welkom met nog steeds een gevulde koelkast met lekkere alcoholische dranken. Voor straks. Op uw gezondheid!

Sieber updatet sabbat – blog.

Panikeert, ademt te diep, bezint, valt in een onbekend gat, kruipt er terug uit en zakt terug weg in een ander moeras. Ziet het licht opflikkeren en de kaars terug uitgeblazen worden. Het is lastig om mezelf te zijn.

Ik merkte op dat het leven meer zou moeten zijn dan ten dienste staan van zelfingenomen uitvinders. Dat was en is nog steeds mijn job, dat is wat ik kan, dus doe ik het ook. Het is een zekerheid, maar niet het grootste genot. Ik zocht en zoek naar meer, naar anders, naar een betere manier.

Het voorbije jaar had ik een zogenoemde sabbat ingepland. Wetende dat ik in het leven sta als zelfstandige is dat geen evidente keuze en nog steeds is dat het niet. De betekenis van die sabbat heb ik geenszins ingevuld volgens de normen die de vele duur betaalde levenscoaches er aan zouden geven. Ik doe nog steeds mijn best. Een volledige sabbat is niet mogelijk. Ik heb geen sociaal vangnet die mij kan helpen als het echt fout gaat. De ondernemer in mij laat ook niet toe die sabbat volledig in zijn waarde toe te passen, noch de overheid die toeziet dat alle moetens worden ingevuld.

Ik overleef nog steeds, maar slaag niet helemaal in mijn doelstellingen. Nochtans laat ik de maatschappelijke verwachtingen volledig aan mij voorbijgaan. Doch zijn die van mezelf te hoog. Ik zou moeten inperken. Dat kan niet zomaar. In mijn hoofd draait alles rond het feit dat alles wat ik doe ergens moet opbrengen. Niet financieel, gewoon een winst. Persoonlijk, emotioneel, lichamelijk. Alles heeft een doel. Het is een harde confrontatie om met mezelf in dialoog te gaan. Mezelf te testen en te ondergaan wat mijn beslommeringen zijn.

Het gaat wel. Het moet gaan. Nieuwe druk wordt gecreëerd bij het aflaten van de oude druk. Ik doe verder, omdat ik het ook wil. De enige uitspraak die mij bezig houdt is, ‘waar een wil is, is een weg’. Er ligt geen macadam op die weg, dat kan ik je verzekeren. Ik blijf bezig. Ik studeer. Ik werk. Ik speel. Ik schrijf. Ik geniet. Ik maak vuil en maak schoon. Ik investeer in mezelf om mijn ademhaling in balans te krijgen.

IJSLAND roadtrip November 2017

Deze 11-daagse rondreis in Ijsland leek mij een ideaal moment om voor de afwisseling een reisverslag samen te stellen. Het kan voor een nieuwkomer in het land, zoals mezelf, handig zijn om wat nuchtere info mee te pikken. Wij hebben ons gebaseerd op blogs, tips en tricks van anderen en vrienden die het pad reeds hebben geëffend. Datzelfde pad kunnen wij dus nu ook opnieuw delen.

IMG_0920

De winter leek ons een ideaal moment om dit eiland te bezoeken, vooral omdat het moment ons uitkwam, ten tweede omdat de algemene kosten iets lager liggen dan in het hoogseizoen en daaruit afgeleid is er ten derde gewoon ook minder volk aanwezig. De hoeveelheid bussen en grote groepen fotograferende en sms’ende medemensen zijn in de winter tot een minimum herleid. Ze zijn er zeker nog, daar kun je nooit onderuit, zeker niet op de bekende locaties zoals de Golden Circle waar je in alle brochures wel iets over terugvind.

Ons plan was om de ringweg te volgen, de belangrijkste weg in Ijsland, onderhouden en vooral regelmatig bereden. Omdat wij geen plannen hadden om het binnenland in te trekken met de wagen, hebben wij kosten gespaard door een gewone kleine wagen te huren met name een Hyundai i10. Ideaal voor twee personen en bagage gevuld met winterkleren. Een lifter meenemen zou een uitdaging zijn. We zijn net als de duizenden 4×4 wagens telkens op onze bestemming aangekomen.

Enkele weken voor onze aankomst werd in Ijsland een wit tapijt geleverd. Als je weet dat de zon aanwezig is tussen 10u30 en 15u15, dan zorgt dat witte landschap voor extra uren licht. Een uur voor de zon opkomt en een uur erna heb je al schemerlicht dat volstaat om een buitenactiviteit te doen.

IMG_0968Enkele wegen konden die extra laag niet verduren en werden gesloten. Dan gaat het hier vooral over wegen die naar het binnenland leiden en dat zijn er op zich niet zoveel. Het uitgangspunt is dat de ringweg altijd open blijft en zo goed als mogelijk wordt vrij gemaakt…

Behalve bij harde windsnelheden zo blijkt. Tot voor kort was het ondenkbaar dat de ringweg zou worden afgesloten, maar de vele toeristen in hun vele huurwagens werden de dupe van rondvliegende stenen en voor de algemene veiligheid wordt de ringweg dan gedeeltelijk afgesloten. De gevolgen voor de Ijslanders zijn niet min, want hierdoor worden zij werkelijk afgesloten van alle vormen van leven op dat moment. Maar de ingesteldheid van de Ijslanders is daarop voorzien “morgen zal alles weer anders zijn”. Effectief het weer verandert snel. In ons geval konden wij onze weg blijvend verder zetten, anderen hadden pech.

kaartje

Wij hebben het eiland volledig rond gereden en zijn telkens twee nachten blijven slapen per hotel zodat we niet constant verplicht waren om de ganse dag in de wagen te zitten. In tegenstelling met Amerikanen en Australiërs zijn wij dat ook niet echt gewoon. Om de twee dagen reden wij dus tussen de 200 en 350km. Nu moet ik wel bekennen dat de ritten van 350km niet zo fijn zijn als je ook nog hier en daar een tussenstop wil doen om wat buitenlucht mee te pikken, gezien de wegen en het land een terechte snelheidsbeperking van 90km/u hanteren. Rekening houdend dat je die snelheid zou kunnen aanhouden is dat wel doenbaar, maar in sneeuw en harde windstoten kun je beter je verstand gebruiken en iets trager gaan leven met alle gevolgen van dien. Eén zo’n tussenstop was het vliegtuigwrak D-40 in Sòlheimasandur. Het wrak kan je niet zien liggen vanop de parking naast de weg. Een wandeling van een kleine 4km is nodig op het zwarte strand met als enige referentie gele paaltjes die een soort pad uitstippelen. In ons geval was het zwarte strand bedekt met een sneeuwlaag en had de wind een kracht van 50km/u. Voldoende om je autodeur bij het openen in schaar te zetten, wat gelukkig net niet is gebeurd. Op de heenweg zat de wind hard in de rug, waardoor je liggend de weg kon afstappen. Op de terugweg kreeg je diezelfde lading vlak in je gezicht gecombineerd met sneeuwvlokjes die zandstralend je gezicht een facelift gaven. Wat was het fijn om terug in onze Hyundai te zijn.

IMG_0962

Waar je ook nog best even rekening mee houdt is je brandstoftank. Ieder bolletje op de kaart dat een dorp aanduidt, op het eerste zicht bestaande uit drie huizen heeft mogelijks wel een tankstation, doch niet altijd. Tank eer je begint. Je wil niet leeglopen in het wijde landschap. Tankstations zijn ook de verzameling van alle nodige faciliteiten, de plaats voor een sanitaire stop, een koffie met refill en een hot dog of een andere vetgedoopte maaltijd. Op een groen slaatje hoef je niet te rekenen, maar het is er warm, er is leven en je kan er zelfs hoefijzers kopen voor je paard.

IMG_1276

IMG_1206

Ijsland heeft geen gebrek aan drinkbaar water, wat inhoudt dat wij onze bijvulfles regelmatig konden bijtanken. Dus net zoals in eigen land blijft de aankoop van petflesjes een grote verliespost als je weigert van de kraan te drinken. Als je op restaurant gaat hoef je zelfs niets te drinken te bestellen en kan je bij de maaltijd lekker slurpen van ijskoud tapwater en als je koffie drinkt krijg je garantie nog een tweede die je zelf kan bijvullen. Die zaken zorgen voor een aardig tegenwicht als je de prijzen van een flesje wijn of bier bekijkt. Dronken worden in Ijsland, daar moet je moeite voor doen of in ieder geval diep in je buidel tasten. Als je dat toch goed wil doen, koop je beter nog snel wat in de tax-free shop op de luchthaven voor je de huurwagen instapt. Drinken op je hotelkamer doet iedereen. Zelf hebben wij nog in Selfoss in de Netto, supermarkt wat fruit, kleine snacks en licht bier ingeslagen voor we de vele gehuchtjes hebben gekruist met enkel een tankstation als geldverslinder.

IMG_1038IMG_1106

 

Goed om weten is dat wij op geen enkel moment contant geld hebben nodig gehad, overal kan je betalen met je bankkaart. Behalve in het warmwaterbad van Höfn, vijf kleine ronde baden in een vrij landschap waar je mits een vrije bijdrage vrij gebruik van kon maken. Daar hebben wij wat euro’s achtergelaten. Helemaal alleen zaten wij daar, voor een tijdje tot nog twee verdwaalde toeristen hun zwembroek aantrokken en de wandeling in de sneeuw trotseerden om in het warme pure water het lichaam te laten ontspannen. Het leven moet soms niet veel hebben. De geur van het water moet je er wel bij nemen, maar verdwijnt ook snel in een gewenning. Dat geldt trouwens voor het gehele land, waar boilers onbestaande zijn en het warme zwavelruikende water gewoon uit de aarde komt. ’s Ochtends krijg je heel even het idee dat je een douche neemt in water met rottende eieren in. Die geur blijft je gelukkig niet de rest van de dag achtervolgen. Net als het idee om het Noorderlicht te moeten gezien hebben, zoals de vele foto’s in ieder hotel je willen laten geloven. Ook wij volgden de app en hebben slechts een lichte waaier groen aan de sterrenhemel gezien omdat de wolkendichtheid overheerste.

De bekende Blue Lagoon hebben wij aan ons laten voorbij gaan. De grote massa wordt daar in tourbussen gedropt en heeft veel weg van een Centerparcs uitstap in eigen land. Als je toch van plan bent om het eiland rond te rijden, dan stop je beter in Myvatn, waar je een gelijkaardig bad hebt met veel minder volk. En als je dan toch het land verder rond rijdt kun je aan de bekende plek Hvitserkur, waar een grote rots zichzelf heeft losgewerkt van de rest van het land, ook nog zeehonden bewonderen.

IMG_1355

Een tussenstop in Akureyri, de tweede grootste stad van Ijsland, heeft ons niet kunnen bekoren. Net als de hoofdstad Reykjavik, waar we al heel snel tussen te veel mensen terecht kwamen en de daarbij horende agressie op de weg van koning auto en zijn gebruikers. Diezelfde mentaliteit in de winkelstraten, gemaakt voor mensen die graag met geld in de ander zijn ogen wrijven, dreef ons direct terug naar lavavelden, warmwaterbronnen en de leegte van de grootsheid en de echte schoonheid van Ijsland.

 

Varia

Auto: Hyundai i10, Manueel, Benzine gehuurd bij Carrental AVIS budget.

Aantal gereden kilometers: 2157km

Hotels waar wij hebben verbleven:

Absolute aanraders zijn Hrifunes Guesthouse en VogaFjoss Farm Resort omdat zij er een persoonlijkere manier van werken op nahouden en echte verse ontbijten en keuken. De andere hotels waren op hun manier niet slecht maar niet meer bijzonder dan een hotel in een ander land. Omdat wij een vroege vlucht hadden hebben wij nog een nachtje in een Bed and breakfast geslapen vlakbij de luchthaven, de shuttle naar de luchthaven zat in de prijs inbegrepen.

Hotel 1: Borealis Hotel in Selfoss (2x nachten)
Hotel 2: Hrifunes Guesthouse  (2x nachten)
Hotel 3: FossHotel Vatnajokull in Hofn   (2x nachten)
Hotel 4: VogaFjoss Farm Resort in Myvatn  (2x nachten)
Hotel 5: Hotel Huni in Blonduos (1x nacht)
Hotel 6: FossHotel Raudara  in Reykjavik (1x nacht)
Hotel 7: Bed and Breakfast Keflavik Airport (1x korte nacht) (gratis shuttle)

 

 

 

 

 

 

Zag twee beren broodjes smeren.

Zou het helpen mochten we allemaal berenpakken dragen? Een fluffy velletje op de droge mensenhuid. Met een fleece dekentje in de zetel is het toppunt van gezelligheid. Ik beken.

In de bioscoop werd de fictie, realiteit. Bij het zien van hondenpuppies die onrecht werden aangedaan, reageerden mensen met open mond en bijna schreeuwend dat zoiets toch niet kan. In een later stadium in de film werd een jongentje van vijftien hard geslagen door zijn vader en niemand gaf nog een kick. De confrontatie is groot. Niet omwille van de reacties tijdens de film, daar horen ze sowieso niet. Analyses en chips zijn voor nadien, maar dat is een andere kwestie.

Ik kijk rond mij en zie overal mensen, ongerust over hun katten en honden terwijl een andere mens met dezelfde soort strakke huid wordt geslagen door een soortgenoot. Het is wereldnieuws als een man zijn trouwe viervoeter redt uit een kolkende waterstroom. Ik laat een traan voor de sfeervolle muziek die onder het videootje werd gemonteerd. Dat andere filmpje waar duizenden mensen in India in een gelijkaardige maar dodelijke strijd zijn verwikkeld met water en wind, swipe ik weg onder het mom dat er teveel onrecht is en ik het leven liever positief wil bekijken.

Ik sluit het raam om de wind niet te voelen, de ogen om de omgeving niet te zien. Ik beeld me in dat de mensen op straat hun onesies dragen. Het bestaat, want het staat op internet. Mensen dragen het vooral in huiselijke sferen.
Een man met een sip gezicht in een donzige onesie zit nog geen minuut in de drukke winkelstraat met zijn kartonnen bekertje en wordt direct omringd door andere onesies die hem willen knuffelen en helpen. In tegenstelling tot het mensengoed vinden we de bruine beer gezelliger en leuker.

‘kijk, hoe snoezig’ hoor ik mezelf zeggen, als een onschuldig klein hondje spartelend tegen mijn been plast. ‘nee, hoor het is niet zo erg, dat beestje kan er weinig aan doen’. Iets later loopt een peuter keihard tegen me aan, de ouders staan iets verder rustig een sigaretje te roken en ik loop direct vol met vooroordelen. De onschuld van dit kind telt niet eens mee. Diezelfde situatie met allemaal donzige berenpakken en we staan gezellig elkaar toe te lachen en te besnuffelen.

De wegwijsbril.

‘Wat baten kaars en bril, als den uil niet zien wil’ zei meester Carlos regelmatig in de klas van de lagere school, waar ik als een kerkuil naar het schoolbord zat te staren zonder te pinken. Dit gezegde heb ik om één of andere reden blijven onthouden. De visualisatie van het spreekwoord in het decoratieve glasraam aan de muur kan daar een rol bij hebben gespeeld.
Meneer Carlos was een fervente duivenmelker, kampioen in bolderen en een meester in het lesgeven aan snotneuzen zoals ondergetekende. Zijn wereld was beperkt tot het dorpsleven maar om een mens en zijn handelingen te herkennen hoef je geen grenzen over te steken noch te evolueren in tijd.

Voor een theaterfestival aan zee probeer ik al enkele jaren de signalisatie tot een goed einde te brengen. Signalisatie en pictogrammen leiden de mens rond in zijn bestaan. In mijn geval leidt dit tot een locatie waar iets staat te gebeuren.

Overal waar je komt in de beschaafde wereld, is er je iemand voor geweest en probeert die iemand via bordjes de nieuwe passant te behoeden van eerder gemaakte blunders. Het heeft als doel een hulpmiddel te zijn, niet het absolute ultieme enige juiste antwoord. Er zijn weinigen die er oog voor hebben, wel een oordeel.

De keren dat een voorbijganger met een vers ontwikkelde bult op het voorhoofd vloekend tegen een deur stampt, omdat die het woord ‘Trekken’ niet heeft gelezen op ooghoogte toen hij in volle vaart duwend zijn weg wou voortzetten, zijn niet te tellen op één hand.
Ik heb ook al met mijn rug naar de kerktoren het uur gevraagd aan een voorbijganger, dus ik ben niet vrij van alle zonden. Ik probeer signalisatie zo correct mogelijk te plaatsen. Proberen is dat werkwoord dat ik gebruik omdat slagen niet altijd mogelijk is. Ik moet rekening houden met heel wat onvoorbereide omstandigheden. Van de gebruiker, gekend als de lezer, de ontvanger, verwacht ik dan een kleine vorm van basis intelligentie bij het gebruik of volgen daarvan.

Ik heb het geprobeerd; intelligente pijlen, met digitale hypermoderne futuristische sturingen die de persoon in kwestie lokaliseren en inspelen op de reacties van de gebruikers. Na uitgebreide tests bleek het weinig verschil te maken met niet-intelligente pijlen. De ordinaire pijl die aangeeft welke richting gevolgd dient te worden.

De grootste hindernis blijft de gebruiker die niet wil kijken. Zijn of haar denken overmeestert het kijken en het oordeel is sneller geveld dan de projectie op het netvlies. Meester Carlos heeft met zijn spreekwoord nog steeds gelijk en hiermee het laatste woord.

 

brilfoto

Mensenzeemensen.

Mensenmassa is fan van confetti en swaffelen, blijkt uit een ervaring waar ik meestal niet in mee stap. Deze keer had ik geen keus. Ik moest in mijn eentje aan de rand van de put blijven staan of mijn gezelschap vervoegen in de meute. Het werd het tweede. De reden waarom ik meestal backstage vertoef of een VIP ruimte verkies, waar ik voor alle duidelijkheid niet word voor uitgenodigd, heeft niets te maken met een eigendunk, maar alles met een constante ongemakkelijkheid om te zwemmen in een mensenzee.

Ik kan zwemmen, zelfs zonder bandjes. Als het mee zit zwem ik gemakkelijk 750m. Opnieuw niets met eigendunk te maken en in vergelijking met de massa zal dit wel beneden het normale niveau zijn. Toch, dat is mijn niveau. Dat is mijn kunnen en mijn eigen beslissing.

Op festivals en festiviteiten, zwem ik dan weer minder graag, dan heb ik nood aan bandjes en ademruimte. Nochtans heb ik met mijn lengte eerder een voordeel om in de massa te verblijven, de koelte te bewaren en een snellere verbinding met zuurstof te onderhouden. Het overzicht bewaren is ook handig. Ik weet altijd onmiddellijk alle nooduitgangen zijn, omdat ik ze kan zien, maar ook omdat ik ze wil zien. Ik heb iets met signalisatie, maar dat is een ander dingetje.

Het ligt me niet. Het moet wel één van de redenen geweest zijn dat ik altijd op een festival heb gewerkt. Mijn vrijheid bewaren en er op een zekere manier toch bij kunnen horen.

Gelukkig ben ik een uitzondering. Mensen houden van de confetti die hen verenigt en een vorm van idealisme naar boven brengt, waar ze samen kunnen over chatten en dansen. Dansen is goed. Lachen is goed. Gelukkig, word ik er wel van, dat een festival zoveel mensen gelukkig maakt. Ik ben er graag bij, dat is zeker. Het is een topseizoen voor de betere zwemmers. Ik ga mijn bandjes blazen en aan de rand van het zwembad staan, swaffelend met de omheining om in mijn eigen ruimte op de knop van het confetti kanon te kunnen duwen.

 

copacobana

De broodzakker.

Hoe vroegere zuinigheid de eigenlijk echte voorbode van ons ecologisch denkpatroon is of zou kunnen zijn of zou moeten zijn. De meeste hipster dingen komen van vroeger. Behalve het vroeg opstaan, dat zit er nog niet bij, geloof ik.
Dingen die ik bewaarde op zolder en uiteindelijk via niet verkochte goederen op de rommelmarkt in het containerpark belandden, zijn nu zaken waar je goed je brood mee kan verdienen. Iedereen wil dingen terug van vroeger omdat ze garant staan voor kwaliteit, of gewoon omdat het zeldzaam is, of omdat iemand ze hip heeft gemaakt. Zelf ben ik niet zo op zoek naar vintage meubilair, harde oranje stoelen en schurende vilten zetels. Doch kan ik me wel vinden in enkele gebruiken die eerder uit financiële noodzaak werden gehanteerd, zoals de herbruikbare broodzak. Op zich is dat geen specialer type dan de zak die we allemaal kennen, alleen wordt die opnieuw ingezet na gebruik.
Ik denk er vaak aan, als ik bij de bakker kom en een gesneden brood bestel.

Op zondagochtend moest ik als kind regelmatig versterking leveren in de kruidenierswinkel met koude bakker van mijn ouders.
Net voor het ochtendprogramma van Samson en Gert was het druk. Heel het dorp wou brood en koeken, één van de weinige tradities die wij hebben op zondag. Met halfopen ogen moest ik; vriendelijk groeten, het juiste brood nemen, in de snijmachine duwen en leveren in een zak. Diezelfde zak werd door de oudere generatie aangeboden om te hergebruiken. Met gebogen rug haalden ze de broodzak uit hun draagtas. Hipsters avant la lettre waren het. De enige reactie, die toen mocht uitgesproken worden, was dat het gierige pinnen waren, omdat ze die 2cent voor de zak niet wilden betalen. Altijd netjes opgevouwen, bijna platgestreken werd het bij de bestelling meegegeven. Het voelde zo lekker gebruikt. Zoals papier, dat beschreven veel leuker aanvoelt dan een vers blad. Het had een zachtheid die we nu niet meer kennen.

Mijn herbruikbare winkeltas staat klaar om te winkelen. De broodzak netjes opgevouwen, stapelt zich op de andere netjes opgevouwen broodzak en wacht thuis tot de nieuwe broodzak de stapel komt vervoegen. De gewoonte zit nog niet in mijn vingers. En al helemaal niet in mijn hoofd die deze gewoonte moet helpen onthouden. Ik wou dat dit sneller hip werd, dan zou mijn inspanning niet vervallen in een rare gewoonte. Dan kan ik eindelijk wat mee zijn met de tijd. Hoe trots zou mijn oma zaliger nu niet zijn.

IMG_1727

Het zonconflict.

Blanke man met hoedje gesignaleerd. Ik voel een blik van ogen in mijn richting. Geen ogenblik. Wel regelmatig. Herhalend. Ik kom tot het besef dat mijn spierwitte benen angst aanjagen. Een soort terrorisme op de zeedijk. Het stond waarschijnlijk in een krant. Van horen zeggen. Het is overal. ‘Wees argwanend, bezorgd, verbitterd en vooral lach niet’ wordt als boodschap zorgvuldig verspreid aan de poorten van de gemeenschapshuizen.

Ik draag dan ook een hoedje ter bescherming van de zon, heb niet dezelfde leeftijd als de meerderheid en wordt achtervolgd door een walm van zonnebrandolie factor 50, dat er voor moet zorgen dat mijn vel niet op mijn haarkleur gaat lijken. Ik geef toe dat deze combinatie aangevuld met witte sportschoenen en witte kousen, die nochtans netjes afgesneden werden boven de schoenrand, in tegenstelling zijn met de algemeen aanvaarde modetrend van zwarte kniekousen in sandalen. Het is voor mij even nieuw als voor de toeschouwers, deze zon. Ik moet er aan wennen, net als de zon aan mij, die zich meer schuilhoudt achter de wolken dan ik zelf. Ik durf al eens buiten komen, mijn grenzen te verleggen.

Er moeten wat toegevingen zijn van alle partijen. Dus ook van de kijkers die hun wenkbrauwen beter trainen dan hun knokige knieën. Terwijl de ene wenkbrauw neerwaarts gaat en de andere synchroon opwaarts, lachen de eigenaars elkaar toe. Ik ben blij, toch een enkele glimlach te ontwaren op de zeedijk die toch een plek van algemene vreugde zou moeten kunnen zijn.

Verbloemen of gewoon bloemen.

De bloemenmeisjes die het podium betreden om de winnaars te kussen. Dat was mijn grote doel om een fiets aan te schaffen. Terwijl iedereen voor de buis hing, met een pint in de hand, luisterend naar de landschapsbeschrijvingen, ging ik fietsen. Nostalgisch denk ik er aan terug. Familiaal. Verruimend. Iconisch. Episch zou het woord in deze tijd zijn.

Ik heb de testrit van de ronde gereden, in enkele dagen weliswaar. Schoon eigenlijk. Ik ben geen geoefend fietser. Ik weet waar de pedalen staan. Ik ken de volgorde van handelingen. Meer leek mij niet nodig. Of ik de finish op tijd zou halen durfde ik niet in te schatten. Rijdend plassen ook niet. Daarvoor ben ik gestopt onderweg. Ik heb mijn tijd genomen, ik kon echt van het landschap genieten. Een glooiend landschap met een opkijkende kerktoren, wat verdwaalde kippen, paardenbloemen en distels.
Daar stond ik in.
Ik was gelukkig al over de helft. Toch wel nog de helft dus. Met van die distelbeetjes in de benen. Krabben en fietsen, geen overwinnende combinatie. Stampen. Krabben. Stampen. Krabben.

De bloemenmeisjes kon ik in ieder geval vergeten. Misschien. De kilometers die al in de benen zaten wilden zich niet laten kennen. Dus ging ik door. Ik stopte opnieuw. Ik herinnerde me een goeie raad van mijn oma. Pipi helpt het jeuken stoppen.
Ik had nog wat over en probeerde, tegen de wind in.
Heerlijk. Het hielp. Ik plukte wat wilde bloemen rond mij, sprong op de fiets en zocht een bloemenmeisje.